Kennis Instituut Maatschappelijk Vastgoed

Vast goed

Rekent u mij het maatschappelijke eens voor

 

Gaat goed, niks aan de hand en gewoon door doen? Mij maak je niet wijs, dat de crisis voorbijgaat aan de wereld van het maatschappelijk vastgoed. De laatste keer dat ik er professioneel in actief was, is toch alweer zo’n vijf jaar geleden. De multifunctionele bomen groeiden toen nog de hemel in. Geen gemeente, herstructureringswijk of uitbreidingsplan of er moesten mooie en meervoudig bruikbare gebouwen komen. Het budget was vaak een worsteling, maar de droom won het altijd. Tjonge, wat zijn er een mooie scholen, buurt- en zorgcentra gebouwd, dankzij al die maatschappelijke initiatieven. Maar zou de plannenmakerij nog steeds zo vrolijk zijn?

 

Real Estate Magazine -ik zag het onlangs ergens slingeren- kopte “Maatschappelijk Vastgoed en de Crisis”, als ik het me goed herinner. Verder dan de inhoudsopgave ben ik in die wachtruimte niet gekomen, maar ik kreeg er wel een beeld bij. Vele honderden ingecalculeerde miljoenen van de traditionele investeerders (gemeenten en woningcorporaties) zullen er voorlopig niet komen. Deelnemers als welzijnswerk, verenigingen en stichtingen hebben te maken met subsidiekortingen en zullen aarzelen om zich als huurder op te werpen. Ondernemers in kinderopvang krijgen nauwelijks meer financiering. Sectoren als onderwijs en zorg -de grotere afnemers van maatschappelijk vastgoed- hebben elk hun eigen vastgoed(waarderings-)problematiek. De crisis heeft een deuk geslagen in veel plannen en maquettes.

 

Toen geld en dromen nog min of meer gelijk opgingen, toen was het makkelijk. Een wethouder met een visie en een bevlogen verhaal kon het verschil maken voor buurt, wijk, of stadshart. Een onderwijs- of zorgbestuurder kon een heel stelsel van partijen op sleep nemen voor een groter doel. Als werkbezoeken, planschetsen en artist impressions eenmaal het voorwerk hadden gedaan en het budget aan de orde was, dan kwam óók het moment van de hogere waarheid: de Maatschappelijke Betekenis. Het ging over herstructurering, revitalisering, opwaardering, wijksamenhang, buurtcohesie, centrumfunctie, maatschappelijke kern, sociale veiligheid, levensloopbestendigheid, integrale leerwegen en zo meer. En de conclusie kon er maar één zijn: je kon het niet allemaal becijferen, maar het was vast goed voor onze wijken en buurten. Het móest wel goed zijn. Dus wás het goed.

 

Zou het nog steeds zo gaan? Nederland is op veel plekken van politieke kleur verschoten en als er één herintreding succesvol is geweest dan is het wel die van de nering en de tering. Ik sta wat verder af van de praktijk, maar kan me zo voorstellen dat maatschappelijke samenhang -waar her en der wordt heroverwogen- toch een andere rol speelt dan vijf jaar geleden. Wat mag je voor maatschappelijke bevlogen investeringen nog verwachten van een gemeente die -uit kostenoverwegingen- de vuilnisbakken laat verwijderen uit haar buitenwijken? Wie zelfs het vuilnis niet wil opvangen, wat vangt die nog wél op?

 

Het is een kwestie van jargon. De realiteit is dat het beleid -landelijk en lokaal- wordt geschreven in Excel. Niemand leest meer de nota’s van welzijn, van oudsher geschreven in Word. Nee, wie de taal van het spreadsheet niet begrijpt, die doet niet mee in het gesprek. Die van vastgoed hebben daar geen moeite mee; rekenen is hun domein. Maar die van het maatschappelijke, die zullen op cursus moeten vrees ik. Als ze nog gehoord willen worden bij het verdelen van de centen. Want hoe bereken je de opbrengst van een droom? 

 

Wim Aalbers,

Directeur van BewegingingdeZaak.nl

Partners
Hommelberg & Partners
LinkedIn
E. info@KMVG.nl | www.kmvg.nl