Kennis Instituut Maatschappelijk Vastgoed
Verbazing over voorstel Bussemaker voor kleiner mbo
Vrijdag 27 november 2015

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) wil 'grote leerfabrieken in het mbo ontmantelen’. Het nieuws zoemt rond in alle media. Grote gevolgen heeft dit voor het Friesland College niet meteen. Wel zijn Frank van Hout en Liesbeth Vos van het College van Bestuur verbaasd over haar brief aan de Tweede Kamer.  

In nogal wat roc’s is de menselijke maat in het beroepsonderwijs verdwenen, stelt de minister. Dat leidt onder meer tot schooluitval: 'Studenten presteren beter als ze het gevoel hebben dat ze door docenten gekend, gehoord en gemist worden.'

Aantallen
Bussemaker zoekt een oplossing in aantallen en wil dat mbo-colleges zich opdelen in scholen met maximaal vijfduizend studenten. Die scholen moeten duidelijk herkenbaar zijn. Hoe dat eruit gaat zien, wordt dan onder meer bepaald door studenten, docenten en de regionale partners. Maar de minister stelt voor een aantal zaken wel wettelijk te regelen.

Zo is in haar plan straks de directeur van een school wettelijk verantwoordelijk voor het reilen en zeilen, inclusief de kwaliteit van het onderwijs. Het college van bestuur van een roc is wel eindverantwoordelijk, maar heeft in haar voorstel vooral een dienende rol. In een interview stelt Bussemaker: ‘Zij moeten faciliteren, niet voorschrijven.’

Reacties
De brief heeft in het mbo veel verbazing opgeleverd, vooral omdat er weinig tot geen aanleiding is voor deze harde voorschriften van de minister. Nu werkt het Friesland College al in scholen, dus is er geen reden voor een grote herverkaveling. Maar Frank van Hout en Liesbeth Vos vinden het heel bijzonder dat de politiek zo hard ingrijpt in de organisatie van het mbo.

Frank van Hout: "Met een wijziging in de structuur los je niet als vanzelf problemen op. Het is volstrekt onduidelijk hoe de minister een relatie legt tussen kwaliteitsproblemen en haar voorstellen." Zo wil de minister wel kwaliteitsafspraken op dit gebied, maar ook hier gaat het weer vooral om aantallen en minder over wát er dan moet gebeuren.

Als er al een probleem is, biedt Bussemaker volgens het College van Bestuur zo geen oplossing. De inzet is ook om samen met collega’s in de MBO Raad te voorkomen dat deze brief uiteindelijk wordt omgezet in wetgeving. Zo ver is het dus nog lang niet.

Kwaliteit
Raar is het ook, aldus Liesbeth Vos, dat de minister voorschrijft hoe scholen hun bestuur moeten regelen. "Het is toch aan scholen zelf om de juiste en passende weg te kiezen. En als je besluit om het anders te doen dan de minister voorschrijft, kost het een hoop energie om - met goede argumenten - uit te leggen waarom je dat dan doet."

Belangrijk is ook dat scholen herkenbaar zijn, maar niet apart van elkaar werken. Dan verdwijnen veel voordelen van samenwerking in een roc. Het is een zaak van een goede balans en die kan per roc verschillen. "Dan kom je er niet met landelijke voorschriften. Je kunt beter sturen op kwaliteit door - zoals in het Friesland College gebeurt – te investeren in goede teams met een overzichtelijk aantal studenten."

Jan van Zijl, voorzitter van de MBO Raad, is ook helder: "De minister baseert zich op beelden en niet op feiten. Feit is dat onderwijskwaliteit geen verband houdt met de grootte van een gebouw of de omvang van een stichting. Het gaat erom hoe scholen het onderwijs in samenwerking van bestuur met raad van toezicht, ondernemingsraad en studentenraad organiseren: kleinschalig, herkenbaar voor studenten en het bedrijfsleven."

Bron: Frieslandcollege

Partners
Hommelberg & Partners
LinkedIn
E. info@KMVG.nl | www.kmvg.nl