Kennis Instituut Maatschappelijk Vastgoed
Nma staat concentratie ziekenhuizen toe
Dinsdag 12 juli 2011

De afspraken uit het bestuurlijk hoofdlijnenakkoord over kostenbeheersing, dat minister Schippers met de zorgaanbieders en de zorgverzekeraars afsloot, wordt niet tegengewerkt door de Mededingingswet. Het is goed dat het akkoord er is, want het geeft duidelijkheid over de opdracht van VWS aan ziekenhuizen en zorgverzekeraars. De NMa ziet, net als de minister, een duidelijke regierol voor de verzekeraar. De verzekeraar heeft de verantwoordelijkheid om te bepalen waar hij zorg wel en niet inkoopt, om op die manier de gewenste concentratie, spreiding en specialisatie van zorg te bewerkstelligen. Tegelijkertijd zegt het akkoord dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars bij deze herinrichting moeten handelen binnen de ruimte die de Mededingingswet hun biedt. Dus aan de ene kant concentratie van de zorg, maar tegelijkertijd moeten ziekenhuizen ook onderling concurreren.

Hoe doe je dat? Uitgangspunt is dat zelfstandige beslissingen van een verzekeraar of ziekenhuis niet snel strijdig zullen zijn met de Mededingingswet. De NMa voorziet bij selectieve inkoop door individuele zorgverzekeraars geen concurrentieproblemen.

 

Objectieve keuze zorgverzekeraars

Zorgverzekeraars mogen zich daarbij laten adviseren door het veld, zolang zij vervolgens zelfstandig een objectieve keuze maken over waar welke zorg wordt ingekocht. Volgens minister Schippers hebben de zorgverzekeraars hierbij zelfs een sleutelrol. Zorgverzekeraars Nederland onderschrijft deze rol en gaat de verzekerden hierover informeren. Als ziekenhuizen onderling afspraken met elkaar maken komt de NMa wel om de hoek kijken als die de concurrentie beperken. Als ziekenhuizen onderling (sub)specialismen uitruilen, ontbreekt de garantie dat er een optimale keuze — vanuit kwaliteit en kosten — wordt gemaakt over welke zorg waar wordt aangeboden. De NMa vindt het daarom van belang dat een objectieve keuze wordt gemaakt in het belang van patiënten en verzekerden, bij voorkeur door de inkopende verzekeraar die de patiënten vertegenwoordigt.

 

Concurrentie niet uitsluiten

Het is zelfs zo dat ziekenhuizen onderling concurrentiebeperkende afspraken mogen maken zolang dergelijke afspraken aantoonbare kwaliteits- of efficiëntievoordelen opleveren, de samenwerking noodzakelijk is om de beoogde doelen te realiseren en er voldoende alternatieve bereisbare andere ziekenhuizen overblijven. Kortom, de concurrentiebeperking is toegestaan als ze meer voor- dan nadelen oplevert en ze mag de concurrentie niet volledig uitsluiten.

Wanneer ziekenhuizen afspraken maken om aan de volumenormen van IGZ te voldoen, zijn de kwaliteitsvoordelen evident. Wat voor ziekenhuizen geldt, geldt uiteraard ook voor zorgverzekeraars die gezamenlijk willen optrekken. Ook is discussie ontstaan, onder meer in het Financieele Dagblad, of de NMa wel de juiste uitgangspunten hanteert bij de beoordeling van samenwerkingsafspraken.

 

Beoordeling per ziektebeeld

Zo zou de NMa ten onrechte uitgaan van het standpunt dat bepaalde ziektebeelden met elkaar concurreren, zoals een darmkankeroperatie en een openhartoperatie. Zij lijkt daarbij vooral te refereren aan fusiebeoordelingen van ziekenhuizen door de NMa. Maar in deze zaken heeft de NMa nooit uitspraken hoeven te doen over concrete ziektebeelden, omdat de ziekenhuizen en hun concurrenten op dat moment verreweg de meeste specialismen aanboden. Een beoordeling per specialisme zou, zo valt in die besluiten te lezen, geen verschil hebben gemaakt voor de uitkomst ervan. Wij houden echter wel degelijk rekening met deze aspecten indien nodig, zoals bij specialisatieafspraken.

 

Hogere reisbereidheid

Daarnaast zou de NMa geen rekening houden met een hogere reisbereidheid voor sommige ziektebeelden en een beperkte reisbereidheid aanhouden van 30 minuten. Dit is onder meer van belang om te kunnen bepalen of er bereisbare alternatieven voor patiënten overblijven. De NMa kijkt echter altijd van geval tot geval naar naar de specifieke omstandigheden. Voor sommige behandelingen kan het dan heel goed zijn dat patiënten bereid zijn heel Nederland door te reizen of hiervoor zelfs naar het buitenland willen gaan.

Voor andere behandelingen is de reisbereidheid mogelijk juist korter dan dertig minuten. Waar dat voor de beoordeling van belang is, zal de NMa daar zeker onderscheid in maken. Zoals aangegeven in het hoofdlijnenakkoord gaat de NMa met VWS in gesprek over het akkoord.

 

Bron: FD

Partners
Institute for Business Research
LinkedIn
E. info@KMVG.nl | www.kmvg.nl